Krasse kraaien: verguisde opruimers van de natuur

Als er zoiets zou bestaan als de Ultratop 40 van populaire vogels, zou de kraai er waarschijnlijk niet te vinden zijn. De meeste mensen hebben niet veel op met die grote, zwarte onruststokers die menig veld onveilig maken, aas eten, buizerds achterna jagen en naar je krassen vanuit de toppen van de bomen. Onterecht, zo vinden we bij Woudapen.

Knuffelbaar zien ze er niet bepaald uit. Hun roep klinkt met niet eens zoveel fantasie behoorlijk onheilspellend. Bovendien eten ze afval en aas, komen ze haast overal voor – niet zelden in groten getale – en ook de associaties in de mythologie en het bijgeloof zijn niet altijd even gezellig. In de middeleeuwen werden kraaien gezien als aankondigers van de dood. De Kelten kenden Morrigan, de godin van de oorlog, die vaak als een raaf wordt afgebeeld.

Kraaien worden vaak geassocieerd met de dood. Foto door Jo Cuenen, genomen op de begraafplaats van Tintagel.

Het hoeft dus eigenlijk niet te verbazen dat de mens, die het dieren- en plantenrijk maar al te graag indeelt in ‘nuttige’ en ‘onnuttige’ soorten, kraaien eeuwenlang hardnekkig bestreed.

In de 15de eeuw waren er enorm veel kraaien rond Brugge. Boeren uit de regio spraken van een echte plaag. Rond 1480 begon men met een grootscheepse bestrijding van de vogels. Wie koppen van kraaien binnenbracht, kreeg hiervoor een vergoeding. In de winter van 1480-1481 werden 10.000 kraaienkoppen binnengebracht.

De grootste kraaiachtige, de raaf, wisten we in België en Nederland zelfs volledig uit te roeien, ook al was het tot in de 19de eeuw een algemeen voorkomende broedvogel.

Toch zijn deze inktzwarte vogels bijzonder nuttig. Kraaiachtigen zijn rasechte alleseters en daarmee opruimers. Ze eten graag aas, zoals doodgereden dieren, en vinden zelfs hun gading tussen ons afval. Je vindt niet zelden kraaien op vuilnisbelten. Vies? Misschien, maar ondertussen knappen ze wel mooi ons vuile werk op – letterlijk!

Niet elke zwarte vogel is een kraai

Wereldwijd zijn er 131 kraaiachtigen, maar die vind je natuurlijk niet allemaal in België en Nederland.  

De zwarte kraai is zo’n 45 tot 50 cm groot. Het is een ondersoort van de gewone kraai. Hij dankt zijn naam aan zijn pikzwarte vederkleed. Het is een slim dier dat zich aan elke omgeving aanpast: velden, bossen, maar ook de heide, het strand en tuinen.

Een andere ondersoort is de bonte kraai. Dit bonte neefje wordt sporadisch in België en Nederland waargenomen, maar komt over het algemeen meer voor in Noord-Europa.

Tijdens een reisje door Noorwegen kwamen mijn vriend en ik het bonte neefje van onze zwarte kraai heel vaak tegen. Foto: Jo Cuenen.

De roek wordt vaak verward met de zwarte kraai. Ze zijn ongeveer even groot en vertonen heel wat gelijkenissen, maar als je op de bek let, zie je onmiddellijk het verschil. Doordat de snavelbasis van de roek kaal is, lijkt zijn opvallende bek langer. Hun kop is ook ‘puntiger’, terwijl de kop van een kraai vlakker is.

Kauwen komen net als zwarte kraaien heel frequent voor in België en Nederland. Velden zijn een uitgelezen plek om kauwen te spotten. Vooral in de winter zie je hen vaak in grote groepen samentroepen of overvliegen. Van ver onderscheid je hen makkelijk van kraaien door hun grootte: kauwen zijn ongeveer zo groot als duiven en daarmee een pak kleiner dan hun kraaienbroeders.

De raaf is de grootste van de familie, net iets groter dan een buizerd. De kans om hem te spotten, is zeer klein in België en Nederland. Ze zijn schuw en bij ons zeldzaam.

Deze grote bende roeken vloog op toen ze ons zagen naderen. Foto gemaakt door Jo Cuenen in Overrepen (Tongeren).

Sluwe vogels

Raven zijn even intelligent als apen en dolfijnen. Uit verschillende studies, proefopstellingen en waarnemingen blijkt dat raven bijzonder inventief kunnen zijn om aan voedsel te komen. Zo gebruiken ze gereedschap: met stokjes peuteren ze voedsel uit holtes en ze gebruiken stenen om noten te kraken.

In noordelijke landen hangen vissers soms aas aan een vislijn aan een gat in het ijs, om enkele uren later de vissen op te halen. Raven gebruiken hun snavel en poten om die lijnen op te halen en de vissen op te peuzelen voor de mensen terugkomen. Een raaf kan bovendien geluiden nabootsen, inclusief de menselijke stem!

Ook kraaien gebruiken gereedschap. Ze nemen een tak en breken alle zijtakjes af, behalve eentje. Zo hebben ze een haakje waarmee ze voedsel uit gaatjes kunnen peuteren. Ze gebruiken zelfs niet-natuurlijke materialen zoals ijzerdraadjes, die ze ombuigen tot er een haakje ontstaat.

Kauwen zijn een kleine kraaiachtige die je vaak in grote groepen kan spotten, vooral in de winter. Foto genomen op Ameland, door Jo Cuenen.

Agressieve bende

Je hebt vast weleens een groepje kraaien achter een buizerd zien jagen. In zijn boek Buiten gebeurt het legt Nederlands boswachter Arjan Postma uit waarom ze dit doen: het zijn jeugdbendes van 10 tot 15 jonge kraaien. Gedurende 4 à 5 jaar gaan ze overdag samen op stap, om ’s avonds naar hotel Mama terug te keren. Daarna verliezen ze hun wilde pluimen en zoeken een eigen territorium.

Soms vechten ze ook om eten. Raven deinzen er zelfs niet voor terug om prooien af te pakken van vossen en wolven.

Puberende kraaien scheppen er een groot genoegen in om buizerds te pesten. Foto’s genomen door Jo Cuenen in Leut (Maasmechelen).

Het zijn overigens niet enkel buizerds die lijden onder kraaienagressie. Ik heb weleens filmpjes gezien van een kraai die een zeearend aan het pesten was op het strand. Opmerkelijk detail: de Europese zeearend heeft de bijnaam ‘de vliegende deur’ omdat hij effectief zo groot is als een deur: zijn spanwijdte bedraagt 2,5 meter. Een paar kopjes groter dan onze moedige kraaienvrienden, dus.

Kraaien en ramen zijn ook niet meteen de beste vriendjes. De vogels zien hun spiegelbeeld als een concurrent, die ze zo snel mogelijk willen wegjagen. In 1998 waren zwarte kraaien zelfs even groot nieuws in België omdat ze de ruiten van de glazen koepel van het Europarlement in Brussel aan diggelen gooiden met steentjes. Het probleem werd opgelost door alle losliggende steentjes van de platte daken in de omgeving te verwijderen en een net boven de glazen koepel te spannen.

Foto: Jo Cuenen

Nog wat kraaienweetjes

  • Eksters, ook kraaiachtigen, worden er weleens van beschuldigd dat ze blinkende voorwerpen stelen. Dat klopt niet: ze zijn er zelfs bang van!
  • Uit een onderzoek van SOVON blijkt dat kraaiachtigen steeds meer van landbouwgebied naar dorpen en steden trekken. Uit de cijfers blijkt duidelijk dat hun aantallen afnemen buiten de bebouwde kom en toenemen in verstedelijkte zones. Ze nestelen er onder daken, in schoorstenen en op kerkzolders en vinden eten in tuintjes, parken en vuilniszakken.
  • Eens kauwen een koppeltje vormen, blijven ze meestal hun hele leven bij elkaar. Ze gebruiken vaak jaren na elkaar hetzelfde nest, dat ze elk jaar uitbreiden. Soms broeden ze ook in konijnholen, zoals op de Nederlandse Waddeneilanden.
  • Een kolonie roeken bestaat soms uit wel duizend nesten. Je vindt die vaak in hoge bomen zoals populieren, en niet zelden langs snelwegen, treinsporen of kanalen.
  • Wil je weten wat een kraai gegeten heeft? Ze produceren ook braakballen, net zoals uilen, meeuwen en heel wat andere vogels.

Foto’s: Jo Cuenen

Meer weten over vogels. Je nooit nog afvragen ‘welke vogel dat is’? Dankzij De slimste vogelgids weet ik altijd met wie ik te maken heb.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: