De aalscholver, een prehistorische visser

Wie niet gelooft dat vogels van de dinosaurussen afstammen, heeft nog nooit een aalscholver van dichtbij bekeken. Bij talloze natuuruitstapjes in België, Nederland, Duitsland en Denemarken kregen mijn vriend en ik de afgelopen jaren het gezelschap van deze zwarte vogel. Hoog tijd dus om eens een blog aan deze oervogel te wijden.

De aalscholver dankt zijn naam aan de aal. Toch eet hij niet zoveel paling. Wanneer hij dat doet, is het wel erg zichtbaar en spectaculair. Dat zit zo: aalscholvers eten vooral kleinere vissen, die ze in één keer naar binnen schrokken, meestal onder water. De grotere botten braken ze onverteerd weer uit in braakballen. Een paling is echter te groot en sterk om levend door te slikken. Ze moeten het dier dus eerst doden. En dat kan tot wel een halfuur duren.

Aalscholvers hebben overigens heel wat bijnamen en die zijn niet altijd even flatterend. Of wat dacht je van: moddergans, stinker, meerkraai, zeeraaf, dominee, koolgans, scholver, scholverd of schollevaar?

aalscholvers in boom
Een groepje aalscholvers in Nationaal Park De Biesbosch. Foto: Jo Cuenen

Prehistorische bouw

Van ver lijken aalscholvers gewoon zwart, maar in de zon krijgen hun veren een metaalachtige, groene glans. De jongen hebben een witte buik die gaandeweg verdwijnt. Het mannetje krijgt tijdens de broedperiode prachtige, gekleurde schubben aan zijn hoofd in geel, rood en blauw die na een paar weken weer verdwijnen.

Ze kunnen makkelijk tot twintig meter en zelfs dieper duiken. Dat heeft alles te maken met hun lichaamsbouw. Waar vogels normaal gezien holle botten hebben om lichter te zijn en beter te kunnen vliegen, heeft de aalscholver massieve beenderen. Als je ooit een aalscholver hebt gezien die probeerde op te stijgen, weet je wat ik bedoel. Je krijgt er bijna medelijden mee! Maar wanneer ze onder water duiken, spelen die extra kilo’s in hun voordeel.

Er is nog een belangrijk punt waarop de koolgans van andere watervogels verschilt: normaal gezien hebben watervogels een vetklier waarmee ze hun veren invetten zodat ze water afstoten. Dat heeft heel wat voordelen, maar het heeft ook als nadeel dat ze minder diep kunnen duiken. De aalscholver heeft deze klier niet en hij duikt dus vrolijk dieper dan de rest. Hij geraakt hierbij wel helemaal doorweekt, wat het vliegen er niet makkelijker op maakt. En dat terwijl hij al zo moeilijk de lucht in geraakt! Daarom zie je aalscholvers vaak op paaltjes bij het water zitten met hun hoekige vleugels gespreid. Zo kunnen ze hun veren laten drogen voor ze weer verder gaan.

vliegende aalscholver
Door hun zware botten hebben aalscholvers moeite met opstijgen. Foto: Jo Cuenen

Samen vissen

Soms werken aalscholvers samen en jagen ze in een groep die uit wel vijftig tot honderd dieren kan bestaan. Ze hebben daarbij een bijzondere techniek ontwikkelt die heel efficiënt blijkt. Ze duiken het water in, jagen een school vissen op en slaan met hun forse haaksnavel in het rond, waarbij ze de vissen verwonden. Die gewonde dieren worden opgepeuzeld door collega-aalscholvers. Waarna de ‘koplopers’ van de groep naar boven gaan om adem te happen. Vervolgens sluiten ze achteraan in het rijtje aan. Zo doen ze om beurten het zware werk en krijgt iedereen een bek vol vis!

Andere viseters zoals reigers en meeuwen hangen vaak in de buurt rond wanneer een groep aalscholvers op jacht is. Ze wachten tot de vissen hun kant worden opgejaagd en happen toe. Handig, als iemand anders het zware werk doet!

Aalscholver op rotsen in de Biesbosch
Deze aalscholver (en ganzen en zwanen) spotten we vanop een bootje in de Biesbosch. Foto: Jo Cuenen

Zure poep

Aalscholvers broeden op rotsen en op de grond, maar vooral in bomen. Door hun strikte visdieet zijn hun uitwerpselen heel zuur. Wanneer een groep aalscholvers in een boom broedt, sterft deze boom vaak af door de vogelpoep. De koolgans broedt van april tot juli. Papa en mama verdelen het broedwerk eerlijk en broeden samen drie à vijf eieren uit. Ze voeden hun jongen met opgebraakt, halfverteerd voedsel.

Er zijn heel wat plekken in België en Nederland waar je aalscholvers kan spotten. Je kan haast niet aan een groot meer, een brede rivier of de Nederlandse kust komen zonder dat je deze zwarte oervogels ziet overvliegen of met gespreide vleugels op een paaltje ziet zitten. Dat was ooit wel anders… In Vlaanderen verdween de aalscholver volledig in de jaren 1960 door de jacht en omdat er weinig vis in onze binnenwateren te vinden was. Het zou meer dan twintig jaar duren voor de aalscholver weer in ons landje zou broeden. In Nederland was hij tot de jaren 1970 een zeldzame verschijning, maar hier zou de soort snel heel sterk in aantal toenemen. Bij ons kwam deze populatiegroei er pas in de jaren 90. Nu is de vogel op Europees niveau beschermd.

Sommige aalscholvers trekken in het najaar naar het zuiden, andere overwinteren hier. Vooral begin oktober zie je weleens grote groepen in V-formatie overtrekken. Dat aalscholvers echte groepsdieren zijn, weten ze in Oekraïne maar al te goed. Daar werd eens een kolonie van 14.200 dieren geteld!

aalscholver in Denemarken
Deze koolgans vloog over onze hoofden in Skagen, het meest Noordelijke punt van Denemarken. Foto: Jo Cuenen

Bronnen: Natuurpunt.be, waarnemingen.be, ‘Buiten!’ En ‘Buiten gebeurt het’ van Arjan Postma, ‘De dieren- en plantengids voor onderweg’.


Download nu gratis ons natuurdagboekje en geniet nog meer van je ontdekkingstochtjes in de natuur!

woudapen natuurdagboekje

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: