Spookdorpen, stuwdammen en spectaculaire vergezichten: de Eifel in een notendop

De Eifel stond al een hele poos op onze wish list van wandelbestemmingen. Half november trokken we naar het Duitse Nationalpark voor een frisse maar zonnige wandeldriedaagse. Een weekend vol prachtige vergezichten, stuwdammen, middeleeuwse stadjes, een spookdorp en een militair bolwerk op een heuveltop.

Vrijdag 16 november. We parkeren onze auto op een parkeerplaats in Obermaubach, een deelgemeente van Kreuzau. We binden onze wandelschoenen aan en wandelen naar het Staubecken (stuwbekken). We passeren een klein stationnetje waar treintjes met één wagon toeterend komen aangereden om het gebrek aan een slagboom te compenseren. We volgen een uitgestippelde wandeling. Nauwelijks tien minuten later zien we een buizerd in een boompje zitten. Ons luide gepraat heeft hem blijkbaar niet afgeschrikt. Het prachtige dier blijft nog even zitten om dan op zijn krachtige vleugels langs te zweven.

buizerd3
Mooi toch, zo’n buizerd.  foto: Jo Cuenen

Kraanvogels op doortocht

We volgen de Ruhr tot aan het volgend dorpje, dat toepasselijk Untermaubach heet. Overal baden we door een dik, kleurrijk bladertapijt. Sommige bomen hebben zich nog in gele of rode tinten gehuld, andere zijn al kaal. De herfst loopt op haar laatste benen. De hulststruiken dragen al bessen. Aan de fraaie burcht Burg Untermaubauch keren we terug. Wanneer we vanop het wandelpad tussen de velden naar twee buizerds kijken die boven de boomtoppen cirkelen, horen we plots een prachtig geluid. We kijken omhoog en zien een sliert van tientallen vogels die toeterend overvliegen. Kraanvogels op doortrek!

kraanvogels1
Kraanvogels vliegen blijkbaar niet in een V, maar in een soort slordige W-formatie. Of is dit Duitse spelling? 😉  Foto: Jo Cuenen
kraanvogels2
Alleen al het geluid dat ze maken, maakt overvliegende kraanvogels tot een spektakel.  Foto: Jo Cuenen

Middeleeuws Indisch

Terug in Obermaubach checken we in bij Hotel Am See, bij de sympathieke Claudio, een Italiaan die nog in een restaurant in Antwerpen heeft gewerkt en die vlot Duits, Engels en wat Nederlands spreekt. Op zijn aanraden rijden we naar Niddegen, een nabijgelegen stadje. De zon zinkt achter de horizon terwijl we door het glooiende landschap rijden, dat met haar beboste heuvels, fruitbomen met maretak en prachtige vergezichten aan de Voerstreek doet denken.

Niddegen zelf blijkt niet minder mooi: het is een middeleeuws stadje met een robuuste stadsomwalling, natuurstenen huizen en kasseistraten. Vanop een van de torens van Burg Niddegen kijken we uit over de vallei. Het is al behoorlijk donker, op een magische roze gloed boven de heuvelruggen na. We verruilen de koude avond voor een gezellig restaurantje aan het pittoreske dorpsplein, waar we zowaar genieten van vegetarische, Indische lekkernijen.

niddegen3
Burg Niddegen, deels ruïne.  Foto: Jo Cuenen

Wilde Kermeter

’s Morgens ontbijten we met zicht op Claudio’s privéboomgaard. Van aan de ontbijttafel zie ik hoe een eekhoorntje zijn ontbijt bij elkaar scharrelt. We moeten het ijs van de autoruiten krabben en het is behoorlijk koud, maar de zon is volop van de partij. We parkeren aan de parking ‘Wilde Kermeter’ in het hart van Nationalpark Eifel. Er staan verschillende borden aan de parking, maar geen overzicht van wandelroutes.

We volgen eerst een belevingspad dat zich richt tot gezinnen en mindervaliden. We leren er alles over kevers en de vraatsporen die ze in hout nalaten, paddenstoelen en de verschillende dieren die in het park voorkomen – en sommigen die er niet voorkomen, zoals de bruine beer. Educatief en toch enorm leuk! Een absolute aanrader voor wie in de Eifel op pad is met kinderen, maar ook voor volwassenen loont dit traject de moeite.

Aan het einde van het belevingspad volgen we een pijl Wanderwegen, zonder te weten waar die wandelwegen dan wel naartoe gaan of hoe lang ze zijn. Een kronkelende wandelweg leidt ons door prachtige, gemengde bossen. Hier en daar staat wel een pijltje. We volgen een pad dat ons naar de Urft-Staumauer leidt, een stuwdam met een bijhorend stuwmeer. Hier warmen we even op met een koffie.

tussen belevingspad en stuwdam
Had ik al gezegd dat het herfst is?!   Foto: Jo Cuenen
Op de Urftstaumauer
Zicht vanop de Staumauer.   Foto: Jo Cuenen
staumauer
Wat verderop hebben we een mooi zicht over de stuwdam en de omgeving.  Foto: Jo Cuenen

Het verdwenen dorp

We wandelen over de dam naar de overkant van het meer en volgen de bordjes die ons over de Dreiborner hoogvlakte leiden. Daar komt flink wat klimwerk bij kijken, dat wordt beloond met spectaculaire vergezichten.

Plots staan we voor een verlaten kerkje. Daarachter zien we witte, uniforme huisjes met dichtgetimmerde ramen. Dit hadden we niet verwacht. Er zijn hier geen verharde wegen en we staan hier letterlijk in the middle of nowhere. Het geheel doet onwerkelijk aan. ‘Het verdwenen dorp Wollseifen’, lees ik op het kaartje dat ik van hoteluitbater Claudio meekreeg. Dit zou de set van een film met een naam als Ghost City kunnen zijn. Het gekras van de kraaien die rond de kerktoren cirkelen maakt de sfeer compleet.

wollseifen3
De gerestaureerde kerk van het verdwenen dorp Wollseifen.   Foto: Jo Cuenen

Infoborden vertellen ons dat hier eeuwenlang een klein landbouwdorpje lag. In de oorlogswinter van 1944-1945 werd het ooit zo vredige plaatsje zwaar getroffen door bommen van de geallieerden. Een paar jaar later kregen de overlevenden van Britse soldaten te horen dat ze binnen de drie weken hun huizen moesten verlaten. Voortaan zou het dorp gebruikt worden als militair oefenterrein voor de Britse en Belgische soldaten die in het nabijgelegen bolwerk Vogelsang verbleven. Van de oorspronkelijke huizen blijft bijna niets meer over: de witte blokken die we zien, zijn gebouwd door de militairen om levensechte oorlogssituaties na te bootsen. Dat verklaart het grote filmsetgehalte. De kerk is inmiddels wel gerestaureerd voor toeristische doeleinden.

wollseifen4
Welkom in spookstad Wollseifen. Populatie: nul.   Foto: Jo Cuenen
wollseifen5
Wanneer we verder wandelen, komen we her en der langs overwoekerde stukken muur. Bizar om te weten dat hier ooit mensen woonden, op een voor auto’s onbereikbare plek.   Foto: Jo Cuenen

Prachtplek met donkere geschiedenis

Vogelsang is onze volgende bestemming. We hebben de hoge toren van het immense bolwerk ruim twee uur geleden al in de verte op een heuveltop zien liggen. Wanneer we aan de voet van de berg door een loofbos lopen, horen we een vertrouwd geluid. Deze sliert kraanvogels is een stuk kleiner dan de groep van gisteren.

Wanneer we Vogelsang bereiken, is het al bijna vier uur. Onze knieën laten ons goed voelen dat ze niet gewend zijn aan zoveel klimmen en dalen. We nemen even de tijd om de gebouwen te bekijken, die in de jaren 1930 werden opgetrokken om rekruten op te leiden en te indoctrineren met het nazi-gedachtengoed. Tijdens de oorlog werd het bolwerk door de Wehrmacht gebruikt als kazerne. Na de Tweede Wereldoorlog namen eerst Britse en vervolgens Belgische soldaten er hun intrek.

Maar het is het uitzicht over de bergen, de vallei en het meer dat onze aandacht weet vast te houden. Ik kan me geen groter contrast voorstellen tussen de pracht van deze plek en haar donkere geschiedenis.

vogelsang2
Vogelsang vanop een andere heuveltop.  Foto: Jo Cuenen
vogelsang3
Zicht vanop het hoofdgebouw.  Foto: Jo Cuenen

Het Koninkrijk Gods

Aangezien het nog kilometers lopen is naar de plaats waar we geparkeerd staan, er nergens staat aangegeven hoe ver het is en het al bijna donker wordt, nemen we een bus naar het stadje Gemünd, waar we vaststellen dat de laatste bus naar de parkeerplaats Wilde Kermeter reeds vertrokken is. Een man komt spontaan naar ons toe en belt zelfs een taxi voor ons. Verrast door zijn behulpzaamheid en wachtend op onze taxi, slaan we een praatje met hem. Het gaat over de streek, Vogelsang en haar geschiedenis, tot hij plots over Jehova begint. Op een tablet toont hij een website met fragmenten uit de Bijbel en bijhorende meerkeuzevragen. Zo leer ik dat Gods koninkrijk geen plaats in mijn hart of het hiernamaals is, maar een echt koninkrijk met God aan het hoofd.

De taxi arriveert en brengt ons naar de parking, waar onze auto eenzaam op ons staat te wachten. Via een kronkelende bergpas rijden we langs de grote, witte Abtei Mariawald naar Heimbach, waar we vegetarische Flammenküche eten in de burcht aan de rand van het vooral uit witte vakwerkhuisjes bestaande stadje. Terug in Obermaubach genieten we van halve liters Benediktiner in Café-restaurant Streppe am See, aan het stuwmeer en het bijhorende stationnetje, dat wordt gerund door een vriendelijke, pensioengerechtigde dame.

kasteeltje Heimbach
Aan burchten geen gebrek in de Eifel. Dit exemplaar staat in Heimbach.   Foto: Jo Cuenen

Op zondag sluiten we ons Eifel-weekendje af met een prachtig ommetje aan Stuwdam Eiserbach en de omliggende heuvels en velden. Op het schitterende water van de Obersee dobbert een handvol knobbelzwanen, die naar ons toe zwemmen wanneer we op de oever blijven staan. Waarschijnlijk zijn ze het gewend om gevoederd te worden door de talloze wandelaars. Wij voederen echter geen ganzen, zwanen of eenden, en zeker niet met brood, want dat is heel slecht voor hen.

dag3 2

dag 3 vier

Nadien doen we nog even het pittoreske Einruhr aan, waar we in een restaurantje zowaar worden herkend door een groepje Belgen dat we blijkbaar twee weken eerder bij een wandeling in de Voerstreek tegen het lijf liepen. Even later zetten we weer koers naar België.

 

Ook zo’n natuurfreak? Geef de microbe door aan de volgende generatie met het Woudapen natuurdoeboek.

woudapen natuurdagboekje

2 gedachten over “Spookdorpen, stuwdammen en spectaculaire vergezichten: de Eifel in een notendop

Voeg uw reactie toe

    1. Ik kan het enkel maar aanraden! Ik ben wel blij dat we er half november (vorig weekend) waren, want nu is het er best rustig. Op sommige plekken een wat hogere concentratie aan wandelaars, maar hoe verder je van de toegangspoorten en horeca weggaat, hoe rustiger het wordt. Ik vind het heerlijk om ergens een half uur te kunnen wandelen zonder een levende ziel tegen te komen 🙂 Ik denk dat je er in de zomer over de koppen kan lopen… Ook in Niddegen viel het me op dat we bijna alleen in het restaurantje zaten, op enkele andere tafels na. Mijn vriend en ik vinden dat heerlijk, want wij willen tijdens zo’n wandelweekend vooral rust en natuur. November is zo’n soort tussenseizoen tussen de zomerdrukte, de herfstwandelaars en het kerstmarktseizoen. 🙂 In de zomer kan je er wel overal met boten varen en kan je natuurlijk nog verder wandelen zonder dat de kou je door den duur in de kleren kruipt of het al donker wordt…

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: