10 dingen die je (misschien) nog niet wist over vlinders

Wie is er nu niet dol op vlinders? Het zijn prachtige, fascinerende wezentjes die je zowat overal tegenkomt, tot in je eigen tuin of het stadspark toe. Ik verdiepte me in de wereld van deze bizarre schepseltjes.

1. Naast dag- en nachtvlinders, zijn er ook dagactieve nachtvlinders. Die moeten vaak qua uiterlijk niet onderdoen voor de populaire dagvlinders. Waarom we het dan niet gewoon dagvlinders noemen? Omdat ze wel degelijk verschillen qua uiterlijk en gedragingen. Dagvlinders zijn afhankelijk van zonne-energie om op te warmen. De eenvoudigste manier om het verschil te zien, is naar de antennes kijken. Bij een dagvlinder zijn die dun met op het uiteinde een verdikking, een soort knopje. De antennes van nachtvlinders zijn draadvormig of geveerd, zonder knopje op het uiteinde.

2. Niet enkel vogels trekken in de winter naar het Zuiden. Sommige vlinders emigreren ook, zoals de gele en de oranje luzernevlinder en de distelvlinder. De atalanta doet er vijf weken over om van Noord- naar Zuid-Europa te vliegen. Monarchvlinders halen een nog straffere tour uit: in het voorjaar vertrekken zij van hun overwinterplek in Mexico naar het Noorden van de VS en Canada. Dat doen ze in verschillende generaties: de eerste vliegt naar het Noorden van Mexico, legt daar eitjes, en sterft. Wanneer de volgende generatie uitkomt, vliegen zij verder. Pas na drie tot vier generaties hebben ze hun zomerbestemming bereikt. Hierbij leggen ze zo’n 4.000 kilometer af. Er worden ook monarchvlinders aangetroffen in Europa, Azië, Australië en Afrika.

atalanta op hout
Atalanta’s trekken in de winter naar Zuid-Europa. Foto: Jo Cuenen

3. Als je vlinders in je tuin wil, moet je brandnetels laten staan. Er zijn heel wat vlinders die brandnetels als waardplant hebben: ze leggen hun eitjes op de bladeren. Wanneer de eitjes uitkomen, doen de rupsen zich aan de plant tegoed. Met brandnetels lok je onder meer de dagpauwoog, kleine vos, atalanta, gehakkelde aurelia, distelvlinder en landkaartje.

4. Het landkaartje brengt per jaar twee generaties voort. De eerste generatie ziet er helemaal anders uit dan de tweede! Terwijl de eerste generatie oranjerood met zwarte vlekken is, is de tweede generatie bijna helemaal zwart. Haar naam dankt de vlinder aan het patroon aan de onderkant van de vleugels dat aan een landkaart doet denken.

landkaartje vlinder
Een landkaartje vanonder bekeken. Zo zie je duidelijk het landkaartpatroon waaraan deze fraaie soort haar naam dankt. Foto: Jo Cuenen

 

5. In juni is er een periode waarin er minder vlinders vliegen dan in de maanden ervoor en erna. Vlinderkenners noemen dit de juni-dip. Dat komt omdat de eerste generatie van vlinders van dat jaar al gestorven is en de zomervlinders nog moet ontpoppen. Veel vlinders vliegen namelijk in twee generaties per jaar – soms zelfs meer. De vlinders die je in de lente ziet, zijn dus niet dezelfde als de vlinder die je in de zomer ziet fladderen.

6. Vlinders eten niet allemaal (enkel) nectar. Ook boomsappen en honingdauw (de suikerachtige uitscheiding van bladluizen) zijn populair. Soorten zoals atalanta’s en dagpauwogen zijn dol op (rottend) fruit. Ga maar eens op een zonnige nazomerdag in een fruitboomgaard kijken, dan zie je ze tussen de afgevallen appels vliegen. Er zijn zelfs vlinders die (deels) van de uitwerpselen van dieren leven!

7. Vlinders en rupsen vormen een populaire hap voor heel wat dieren, van vogels over zoogdieren tot reptielen. Sommige soorten hebben allerlei trucjes uitgevonden om niet opgegeten te worden. De rupsen van de prachtige koninginnenpage, die opvallen met hun felle groene kleur en zwart-oranje ringen, verspreiden een onaangename geur om belagers op andere ideeën te brengen.

Die felle kleur is al een afweermechanisme op zich. In de natuur staan zo’n felle kleuren immers vaak voor ‘giftig’. Er zijn ook een beperkt aantal rupsen die echt giftig zijn. Bekend zijn ook de rupsen met brandharen die vaak, zoals in het geval van de eikenprocessierups, ook voor de mens vervelende irritaties kunnen opleveren. Het merendeel van de rupsen moet het echter vooral hebben van camouflagekleuren en probeert stilletjes in de omgeving op te gaan om niet als maaltijd te eindigen.

Ook volwassen vlinders zijn populair als diner voor heel wat dieren. Vlinders zoals zandoogjes en dagpauwogen proberen belagers af te schrikken of te verwarren met grote ‘ogen’ op hun vleugels. Dagpauwogen in winterrust die zich bedreigd voelen, maken klikkende en sissende geluidjes (zoals een slang) om hongerige muizen op andere gedachten te brengen.

Monarchvlinders gaan ook hier weer een stapje verder: ze eten van giftige planten en hopen het gif op in hun weefsel. Dat maakt hen tot een verboden hapje voor de meeste vogelsoorten, die hen dan ook mijden. Vaak nemen ze eenmalig een hap uit de vleugel van een vlinder, om vast te stellen dat dit geen ideaal diner is…  Andere vlinders profiteren mee van dit fenomeen omdat ze op de monarchvlinder lijken. Er zijn wel muizen en reptielen die de vlinders durven eten.

gehakkelde aurelia
Prachtig, die vormen van een gehakkelde aurelia!  Foto: Jo Cuenen

8. Vlinders hebben schubben. Hun vleugels zijn bedekt met piepkleine, gekleurde schubjes. De kleuren die jij ziet als je naar een vlinder kijkt, zijn niet enkel afkomstig van de pigmenten (kleurstoffen), maar ook van de structuren op die vleugelplaatjes, die het licht breken, weerkaatsen of verstrooien. Aziatische wetenschappers lieten zich door de ingenieuze opbouw van vlindervleugels inspireren om een nieuwe generatie van efficiëntere zonnecellen te ontwikkelen.

9. Het merendeel van de vlinders overwintert als ei, pop of rups. Sommige soorten overwinteren als volwassen vlinder. Zo zoeken dagpauwogen en kleine vossen een beschut plekje op om de barre dagen door te komen. Op de eerste zonnige lentedag zie je hen dan ook al tevoorschijn komen. Ook ’s nachts en bij slecht weer houden vlinders zich schuil in een struik, boom, schuurtje, of tussen lange grashalmen.

10. Vlinders kunnen de kleur rood niet onderscheiden. Ruiken doen ze met hun antennes. Proeven dan weer met speciale receptoren op hun poten. 

Ook zo’n fan van vlinders? In het Woudapen natuurdoeboek vertel ik je graag hoe je een vlindercafé uitbaat. Achteraan vind je een uitneembare zoekkaart met veelvoorkomende dagvlinders die je weleens in je eigen tuin zou kunnen tegenkomen – ja, ook als je in de stad woont.

Bronnen: Dagvlinders in Vlaanderen, nieuwe kennis voor beter actie. Dirk Maes, Wouter Vanreusel, Hans Van Dyck. Lannoo Campus. 2013 en vlinderstichting.nl

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: