In het spoor van wilde dieren

Wilde dieren zijn spannend en onvoorspelbaar. Je weet nooit waar ze zitten, of ze zich laten zien en wat ze gaan doen. Het probleem is een beetje dat veel van die dieren zich niet zo snel laten zien. Maar net dat maakt hen zo bijzonder. Wedden dat jouw hart ook sneller gaat slaan als je een roofvogel opmerkt of wanneer je een ree tussen de bomen ziet staan?

Oefening baart kunst

Het leuke aan de natuur ingaan is: hoe vaker je het doet, hoe meer je ziet. Je weet waar je op moet letten, je weet dat boven dat veld vaak een buizerd cirkelt, dat er aan dat slootje weleens een reiger voor zich uit zit te staren, dat er in die holle weg altijd wel een haas rondhuppelt, dat er in dat bosje eekhoorns zitten. Als je er dan extra op let, is de kans een pak groter dat je deze dieren opnieuw ziet.

Het overkomt me heel vaak dat ik naar een biddende torenvalk, cirkelende buizerd of een koppeltje kieviten sta te kijken en dat andere wandelaars of fietsers me even verbaasd aankijken om dan verder te gaan, zonder te zien waar ik naar kijk. Als je niet oplet, is het zo eenvoudig om aan de meest bijzondere dingen voorbij te lopen.

dassenhol
Ook interessant: holen van konijnen, vossen en dassen. Als je er een beetje op let, kom je ze best vaak tegen. Deze foto van een van de ingangen van een hol (ik vermoed van een familie dassen, aan de vorm van de opening en het vele zand aan de ingang te zien) werd gemaakt in een holle weg in Haspengouw. Foto: Jo Cuenen

Er zijn heel wat tips om meer wilde dieren te spotten. Stil zijn, tegen de wind in lopen, onopvallende kleding dragen, … Al die tips moeten ervoor zorgen dat dieren je niet opmerken.

Hoe stil en onopvallend je ook probeert te zijn, dieren hebben jou meestal gezien, gehoord of geroken lang voordat jij hen opmerkt. Maar veel wilde dieren lopen niet meteen weg: ze blijven stokstijf staan. Terwijl jij druk pratend voorbij wandelt, is de kans groot dat je hen niet ziet.

Zo kan het gebeuren dat je plots een ree in de gaten krijgt die tussen de bomen naar je staat te kijken. Van zodra je blijft stilstaan en naar het dier wijst, schiet het weg. Als je gewoon rustig doorloopt en onopvallend kijkt, is de kans groot dat hij blijft staan, omdat hij je niet als een bedreiging ziet. Alsof hij 1-2-3 piano met je speelt.

Ook leuk

Met een veldgids of zoekkaarten herken je onderweg snel dieren en planten. Wanneer je het niet meteen vindt, kan je de soorten ook thuis op internet opzoeken. Maak indien mogelijk een foto met je gsm. Er zijn ook heel wat apps die helpen bij het spoorzoeken en het herkennen van dieren en planten.

Spoorzoeker? Neem dan een meetlint of een latje mee in je rugzak. Die kan je naast het spoor leggen. Maak er zo een foto van. De juiste grootte inschatten is namelijk niet zo eenvoudig als het misschien lijkt en helpt bij het determineren.


Leuke dieren om te spotten

Eekhoorns

Eekhoorn aan boomholte.
Eekhoorns maken hun nest graag in holten in oude bomen.

Eekhoorns zitten in parken, bossen en zelfs in tuinen. Het is een van de meest geliefde zoogdieren. Het meest opvallend is de lange pluimstaart. Eekhoorns zijn snel en handig. Ze kunnen ook enorm goed springen. Hun staart helpt om het evenwicht te bewaren.

De eekhoorn maakt zijn nest graag in holle bomen. Als hij geen boomholte vindt, bouwt hij een bolvormig nest met gras, bladeren en mos. Hij eet vooral zaden en noten, maar ook een paddenstoel, insect of zelfs een jong vogeltje zet hij met plezier al eens op het menu. Hij houdt geen echte winterslaap, maar een winterrust. Als hij wakker wordt, huppelt hij naar een van de voorraadjes die hij in de herfst heeft aangelegd.

Eekhoorns spotten: Meestal zit hij in de bomen. Je ziet hem dan om de stam heen naar boven rennen. Met een beetje geluk betrap je een eekhoorntje dat over de grond van boom naar boom holt.

Tekening van een door een eekhoorn afgeknaagde dennenappel.
Dennenappel afgeknaagd door eekhoorn. Uit: het Woudapen natuurdoeboek. Tekening door Tinne Van den Bossche

Vossen

Dit mooie dier heeft een roodbruine vacht en een witte hals en buik. Vossen zitten zowat overal: in bossen, duinen en polders. Zelfs in steden komen ze de laatste jaren voor! Muizen vormen hun lievelingskostje. Daarnaast eten ze ook wormen, slakken, konijnen en voedselresten die mensen achterlaten. En ze durven weleens een kippenhok binnendringen. Om die reden zijn ze bij veel mensen niet zo geliefd.

Wanneer een moedervos gaat bevallen, doet ze dit in een hol. Vossen graven niet zo graag. Daarom nemen ze vaak hun intrek in oude dassenburchten of konijnenholen. Die maken ze dan gewoon een beetje groter. Als haar jongen wat groter zijn, verhuist moeder de vos het gezin naar een groter hol.

kakkende vos
Deze vos heeft geen aandacht voor natuurfotografen terwijl hij zijn behoefte doet.

Spotten: Normaal gezien zijn vossen schuwe dieren die vooral ’s nachts jagen. Maar soms jagen ze ook overdag, en in gebieden waar ze gewend zijn aan wandelaars kunnen ze best brutaal worden. Op sommige plekken in Nederland, zoals de Amsterdamse Waterleidingsduinen, worden ze zelfs gevoederd door wandelaars. Dat hebben de boswachters uiteraard niet zo graag. Hoewel je van vossen niets te vrezen hebt, zijn het wilde dieren. En het is altijd beter om die lekker hun ding te laten doen.

Omdat we vossen zo’n toffe beesten vinden, schreven we er al eerder een blog over.


Konijnen

Iedereen heeft weleens een konijn zien huppelen. De diertjes zitten dan ook overal. Op grasvelden en akkers, langs rivieren, in de duinen, op de heide, in het park. Ze graven een hol met verschillende in- en uitgangen en gaan daar nooit echt ver vandaan. In zo’n hol wonen soms wel 25 konijnen bij elkaar. Bij gevaar vluchten ze naar hun veilig onderkomen.

Konijnen zijn trouwens geen knaagdieren. Ze behoren tot de familie van de haasachtigen. Ze zijn dol op grassen, kruiden, wortels, vruchten, boomschors en paddenstoelen. Een konijn kan 49 km per uur rennen.

wild konijn
Foto: JJ Harrison

Spotten: Let op konijnenkeutels. Waar konijnenkeutels zijn, zijn konijnen!


Hazen

Dit neefje van het konijn ziet er lief uit, maar het is een echte vechtersbaas. Wanneer mannetjes vechten om een vrouwtje, houden ze een bokswedstrijdje. Dan staan ze op hun achterste poten en delen met hun voorpoten rake klappen uit. Ook de vrouwtjes slaan weleens een mannetje om de oren.

Hazen zitten altijd buiten, weer of geen weer. Je vindt ze vooral op polders en akkers. Ze zitten gewoon in een ondiep kuiltje achter een graspol in het open veld. Dat noemen we een leger. Daar worden ook hun jongen geboren, zonder enige beschutting tegen de koude of roofdieren. Hazen eten vooral grassen, kruiden en knoppen, maar ook kleine dieren.

Men noemt hazen de jachtluipaarden van de polder. Terecht! Ze kunnen tot wel 70 km per uur rennen. Wanneer ze op de vlucht slaan, maken ze bovendien sprongen in een hoek van 90 graden. Zo schudden ze hun achtervolgers af. Het zijn ook uitstekende zwemmers.

Kortom: hazen zijn geen watjes!

Haas staat op achterpoten in een veld

Spotten: Je ziet ze weleens in het veld, de duinen of de holle weg. Voor je er erg in hebt, schieten ze er vandoor.

Haas of konijn?

Ze lijken een beetje op elkaar en behoren beiden tot de familie van de haasachtigen, maar eens je het verschil weet, is het heel makkelijk om ze uit elkaar te houden. Hazen zijn over het algemeen een stuk groter dan wilde konijnen. Hazen hebben ook langere oren en grotere poten. Hazen hebben geelachtige ogen, die van een konijn zijn donkerder bruin. Je ziet het ook aan de manier van lopen. Terwijl hazen er als een raket vandoor schieten en dus echt rennen, huppelen konijnen als ze zich uit de voeten maken.

Lees hier meer over hazen.


Reeën

De ree is de kleinste hertachtige die bij ons voorkomt. Het is ook het enige hert zonder staart. Reeën zitten in bossen en velden in heel België en Nederland. Ze wegen 40 à 50 kg.
De mannetjes hebben een klein gewei. Het zijn echte fijnproevers: ze snoepen van de lekkerste blaadjes, bessen en knopjes. Ze kunnen ook heel goed zwemmen.

Reebok in veld
Een mannelijke ree.

Spotten: In bossen of velden. Wanneer een ree je ziet of hoort, blijft hij meestal gewoon stilstaan en vertrouwt op zijn schutkleur. Pas wanneer je echt dichtbij komt, schiet hij weg. De grootste kans om een ree te spotten, heb je ’s ochtends vroeg of ’s avonds wanneer het donker wordt. In de winter zie je vaak reeën in kleine groepjes. Ze waarschuwen elkaar met een korte blaftoon.

In het Woudapen natuurdoeboek geven we nog veel meer tips om sporen te zoeken en dieren te spotten. In het boek vind je ook een uitneembare sporenkaart met veelvoorkomende voetafdrukken, drollen en andere sporen van dieren.

 


Over de schrijfster van dit artikel

Ik ben Leen en ik hou van de natuur en van de manier waarop kinderen die beleven. Ik ben verwonderd over hun verwondering. Daarom maakte ik o.a. het natuurdoeboek Woudapen dat doet ontdekken, beleven en spelen.

Ontdek nu ons natuurdoeboek

Kleine cover

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: