Regenwormen: ervaren tuinmannen

Het zijn niet meteen de meest knuffelbare dieren ter wereld. We krijgen ze ook niet vaak te zien, behalve wanneer we in de tuin werken of een merel gadeslaan die er net eentje uit de grond trekt. Ze zijn nochtans heel talrijk aanwezig. Op één vierkante meter grond vind je al snel 400 wormen. En dat is maar goed ook, want er zijn maar weinig dieren die zo nuttig zijn. Steek even mee je kop in de grond.

Regenwormen behoren tot de groep van ongewervelde dieren. Ze komen bijna op de hele wereld voor, behalve op de Zuidpool en in zeer droge gebieden. Wereldwijd komen er zo’n 670 verschillende soorten voor. Ze leven vooral van dode en rottende plantenresten en bladafval.

 

Roodborstje met regenworm in de bek
Roodborstjes zijn, net als veel andere vogels, dol op regenwormen. Foto: Rasbak

 

Leve de regenwormpoep!

Heel wat soorten regenwormen verbeteren de bodemstructuur. Dit doen ze door tunnels te graven en plantaardig materiaal op te ruimen. Ze eten zich letterlijk een weg door de bodem heen. Het plantaardig materiaal dat ze onderweg tegenkomen, gebruiken ze als voedsel. De rest – zo’n 70% van wat ze eten – poepen ze weer uit. De korrelige hoopjes wormpoep vormen de ideale com­post voor de moestuin. Bovendien zorgen de gangen die de wormen graven dat planten makkelijker voedsel kunnen ophalen via hun wortels, wat dan weer een groot voordeel is voor de natuur en de landbouw.

Het ongelooflijke nut van deze dieren wordt nog eens versterkt door hun grote aantal: tot meer dan 400 per vierkante meter grond! Er zijn schattingen die ervan uitgaan dat de helft van de biomassa in de bodem uit wormen bestaat. Op landbouwakkers waar veel wormen aanwezig zijn, blijkt de opbrengt een pak hoger te liggen dan op akkers op ‘wormarme’ gronden. Redenen genoeg dus om heel blij te zijn met regenwormen in je (moes)tuin!

Bergje uitwerpselen van een regenworm
Poep van de regenworm. Foto: Lamiot

Wormenberoepen

Wormen worden vaak in soorten ingedeeld volgens hun ‘beroep’.

Strooisellaagbewoners leven in de strooisellaag op de bodem en graven geen gangen. Ze eten wel veel bladafval, waarmee ze dus ook nuttig werk verrichten.

Dan zijn er de soorten die in de toplaag van de bodem leven: de bodembewoners. Ze graven horizontale tunnels net onder het oppervlakte. Ze breken heel wat organisch materiaal af en zorgen voor een goede beluchting van de bodemlaag.

De pendelaars tot slot graven diepere, verticale tunnels, die ze gebruiken om heen en weer te pendelen. Dit zorgt voor een goede beluchting van de bodem en garandeert dat het water beter wordt afgevoerd. Het werk van de pendelaars helpt planten ook om wortels te maken en zorgt voor de aanvoer van lucht. De gewone regenworm is zo’n pendelaar.

Wormen op het menu

Tekening van een das in pyama met een bakje regenwormen als snack
De favoriete midnight snack van dassen: regenwormen!

Er zijn veel dieren die graag regenwormen eten. Denk maar aan vogels zoals merels (een echte wormenverslinder), roodborstjes en kraaien, maar zelfs roofvogels zoals de buizerd.

Ook egels en spitsmuizen snoepen graag een wormpje. Dassen zijn er verzot op. Een volwassen das kan op één nacht tijd wel 200 wormen naar binnen werken. Gelukkig hebben ze er een goede neus voor. Ze speuren de bosbodem af tot ze de geur van een regenworm opvangen, waarna ze het dier op vakkundige wijze uit de grond sleuren.

Een mol eet grote hoeveelheden regenwormen, tot wel 36 kg per jaar! Hij vangt hen door gangen te graven, waar de wormen in terechtkomen. Doordat de mol de bodem van zijn gangen goed aandrukt, geraken ze niet meteen verder. De mol loopt door zijn gang en geniet onderweg van een ‘walking dinner’ van regenwormen, slakken en insecten. Voor de winter begint, leggen mollen een voorraadje aan. Ze bijten de dieren achter hun hoofd om hen te verlammen. Doordat ze wel blijven leven, blijven ze ook vers.

Maar ook insecten zoals loopkevers en duizendpoten eten regenwormen. Zelfs naaktslakken lusten wel een wormpje.

Mol die regenworm eet
Een mol eet tot wel 36 kg regenwormen per jaar.

Wormenweetjes

  • Regenwormen hebben hun naam niet gestolen: ze komen aan de oppervlakte piepen wanneer het regent. Ook wanneer de bodem trilt doordat er bijvoorbeeld mensen of dieren over lopen, komen ze poolshoogte nemen.
  • In de winter kruipen ze dieper in de grond voor hun winterslaap.
  • Ze bezitten zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Ze zijn met andere woorden hermafrodiet of tweeslachtig. Toch moeten ze met een andere worm paren om zich voort te planten.
  • De bekende bioloog Charles Darwin noemde regenwormen ‘natuurlijke ploegen’. Hij bestudeerde hun gedrag uitvoerig.

In het Woudapen natuurdoeboek vind je nog heel wat leuke weetjes over de natuur in je achtertuin!

button

Bronnen: ‘De dieren- en plantengids voor onderweg’ van W. Eisenreich, A. Handel en U.E. Zimmer (Kosmos Uitgevers), Wikipedia, wild-things.be, ‘Tuinieren voor wilde dieren’ van Barbara Rijpkema (KNNV Uitgeverij)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: