De brandnetel: woekeraar, prikker, vlindercrèche, bosbouwer en lekkernij

De brandnetel. Bestaat er een plant die meer gehaat wordt? Hij woekert in onze tuinen, teistert onze blote benen tijdens zomerse wandelingen en het is ook niet meteen moeders mooiste. Toch zijn brandnetels enorm nuttige planten. Ze zijn levensnoodzakelijk voor heel wat vlinders en kevers, smaken lekker in de soep en helpen zelfs bij de vorming van nieuwe bossen. Nee, echt.

In België komen twee soorten voor: de kleine en de grote brandnetel. De grote brandnetel kan tot 120 centimeter groot worden. Het is een tweehuizige plant, wat wil zeggen dat er vrouwelijke en mannelijke planten zijn. Hij bloeit van juni tot oktober. De kleine brandnetel wordt maximaal 50 centimeter hoog en is eenhuizig.

Brand brand!

Op de stengels en bladeren van brandnetels zitten kleine naaldjes, die verschillende stoffen in je huid injecteren en zo het bekende, branderige gevoel en blaartjes veroorzaken. Je kan de pijn verzachten door met de gekneusde blaadjes van de hondsdraf of weegbree over de pijnlijke plek te wrijven. Vind je geen weegbree of hondsdraf? Gekneusd gras helpt ook.

Smalle weegbree (links, foto door Kurt Stueber) en hondsdraf (rechts, foto door Rasbak).

De brandnetel als vlindercrèche 

Vooral de grote brandnetel is populair bij heel wat vlinders. Dagvlinders zoals de atalanta, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, kleine vos en landkaartje en nachtvlinders zoals de brandnetelmot en bruine snuituil leggen hun eitjes op de plant. Wanneer de rupsen uitkomen, doen ze zich tegoed aan de bladeren. Heel wat soorten zijn zelfs volledig van brandnetels afhankelijk voor hun voortbestaan. Wie een tuin vol vlinders wil, laat dus best wat brandnetels staan. Je kan hiervoor een hoekje uitkiezen waar je niet vaak komt, of je kan brandnetels in potten kweken.

Dat heeft nog een onverwacht voordeel: doordat de rupsen vol netelcellen zitten, veroorzaken ze een branderig gevoel in de bek van vogels die hen oppeuzelen. Die vogels denken voortaan wel twee keer na vooraleer ze ‘brandnetelrupsen’ verorberen.

Maar ook kevers zoals de gladde brandnetelkever en de viervlek-, gekamde -, en groene brandnetelsnuittor zijn dol op de plant die wij mensen zo verachten. Ook vogels doen er hun voordeel mee: de bosrietzanger hangt zijn nest op aan brandnetelstengels.

Rupsen op brandnetel
Wie vlinders in de tuin wil, moet brandnetels laten staan! Foto: Frank Vincentz

De brandnetel als bosbouwer

Brandnetels hebben nog veel meer leuke eigenschappen. Zo helpen ze bij het vormen van bossen. Is het je weleens opgevallen dat er veel brandnetels aan bosranden groeien? Daar is een goede reden voor: het is een pioniersplant die goed gedijt in een rijke bodem vol stikstof. Hij heeft ook veel licht nodig. In deze omstandigheden woekert brandnetel en geeft andere planten niet veel kans om te groeien. Dat geeft bomen de tijd om zich enkele jaren lang rustig te ontwikkelen zonder concurrentie.

Wanneer de bomen wat groter worden, neemt hun bladerdek veel licht weg. De brandnetels hebben ondertussen ook veel stikstof uit de bodem gehaald, waardoor die minder interessant wordt voor hen. Ze zoeken hun heil wat verderop, aan de bosrand. Nu kunnen andere planten, die net van een armere bodem houden, het overnemen. En het hele proces herhaalt zich weer wat verderop. Op die manier zorgen brandnetels voor bosuitbreiding.

Onze voorouders gebruikten de zeer sterke vezels in de stengel van de plant trouwens ook om er touwen en kleding van te maken.

De brandnetel als lekkernij

Jonge blaadjes van brandnetels
Jonge brandnetelblaadjes zijn een echte lekkernij

In een eerdere blog gaven we al de nodige tips voor koken met jonge brandnetelblaadjes en zaden, waaronder een recept voor een zoete, kruidige cake van brandnetel en kastanjes.

Vooral de jonge blaadjes van brandnetel (de bovenste vier) smaken heerlijk in de soep, salade of thee. Brandnetelthee staat bekend om haar bloeddrukverlagende en ontstekingsremmende werking.

Draag steeds handschoenen tijdens het oogsten. Van zodra je de blaadjes kookt, droogt of in koud water legt, verliezen de netelcellen hun werking en kan je ze gewoon vastpakken. Wildplukken doe je best niet langs drukke autowegen (omwille van de vervuiling) of vlak langs wandelpaden (omwille van de plassende honden).

Brandnetelsoep

Met dit recept van Ilse Plessers van Find your nature maak je de perfecte brandnetelsoep. Selecteer hiervoor de bovenste vier blaadjes.

Brandnetelsoep met maddelliefjes
Brandnetelsoep van Find your Nature. De maddeliefjes zijn ook eetbaar.

Zo maak je deze verkwikkende soep:

  • Knip de toppen van de brandnetels af met een schaar en/of draag handschoenen. Zo prik je je niet en met de schaar kan je ze ook in een kom leggen.
  • Was de brandnetels.
  • Stoof look en ajuin in olijfolie.
  • Voeg een aardappel in kleine stukjes toe en doe er water bij.
  • Laat koken tot de aardappel zo goed als gaar is en voeg dan de brandnetels toe.
  • Draai het vuur uit, mix en kruid met peper, zout en bouillonkorrel.
  • Werk af met een goede geut room of kokosmelk.

Smakelijk!

 

Ontdek nu ons natuurdoeboek

Bronnen: ‘Buiten gebeurt het’ van Arjan Postma (Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam), ‘De dieren- en plantengids voor onderweg’ van W. Eisenreich, A. Handel en U.E. Zimmer (Kosmos Uitgevers), Roots magazine, ‘Tuinieren voor (wilde) dieren’, Barbara Rijpkema (KVNNV Uitgeverij)

Foto bovenaan door Frank Vincentz

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: